Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Gravenhoed

betekenis & definitie

GRAVENHOED, m. (-en), het hoofddeksel dat een graaf ten teeken zijner waardigheid droeg, eene soort van baret met gouden band en hermelijnen pluim; (ook) het zinnebeeld van de grafelijke macht;

...HUIS, o. (...huizen), geslacht waarin de grafelijke waardigheid erfelijk ie_: over Holland hebben vijf verschillende gravenhuizen geregeerd;
...KROON, v. (...kronen), kroon gelijk graven die gerechtigd waren te dragen;
— (fig.) de grafelijke waardigheid en macht;
— afbeelding eener gravenkroon hoven het wapen van den adel met het praedicaat van Graaf (in ons land een gouden, met edelsteenen versierde ring, waarop drie gouden bladeren en daartusschen twee paarlen; soms ook een ring met negen paarlen).