Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Graveeren

betekenis & definitie

GRAVEEREN, (graveerde, heeft gegraveerd), met de graveernaald in hout, steen, metalen enz. teekenen, figuren griffen, snijden of steken: iets in marmer graveeren; een wapen graveeren, in metaal of steen uitsnijden voor een cachet of zegelring;

— eene munt graveeren, den stempel voor de matrijs daarvan vervaardigen;
— met de graveernaald teekeningen op houten blokken of metalen platen insnijden, om daarmede vervolgens prenten te drukken op hout, in koper graveeren. GRAVEEREN, o. de kunst van graveeren. GRAVEERING, v. (-en).