Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Granaat

betekenis & definitie

GRANAAT, v. (...na.ten), granaatappel;

—, m. granaatboom;

—, v. een hol, bolvormig projectiel, dat met eene springlading wordt gevuld, en met de hand weggeslingerd of uit een vuurmond geschoten wordt; (ook) een met eene springlading gevuld puntprojectiel voor getrokken geschut;

—, m. (als stofn. o. gmv.), zekere delfstof, die in verschillende kleuren voorkomt en waarvan de meest doorschijnende , donkerroode soort, tot de edelsteenen wordt gerekend een snoer granaten; bruine granaat of ijzergranaat; groene of gemeene granaat; kunstmatig granaat, een als granaat gekleurde glasvloed.
GRANAATJE, o. (-s).