Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Gramstorig

betekenis & definitie

GRAMSTORIG, bn. bw. tot toorn geneigd, opvliegend, korzelig; boos, kwaad: gramstorig worden; iemand gramstorig maken, toornig, grimmig een gramstorige blik. GRAMSTORIGHEID, v.