Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Graanakker

betekenis & definitie

GRAANAKKER, m. (-s), stuk bouwland waar graan op groeit;

...BAK, m. (-ken), bak onder den wanmolen waarin het gezuiverde graan valt; (ook) bak waarin men het graan giet dat gemalen moet worden
...BERG, m. (-en), bewaarplaats van het graan, graanschuur;
...BEURS, v. (...beurzen), overdekte graanmarkt, korenbeurs;
...BOUW, m. het verbouwen van graan;
...BOUWER, m. (-s), die graan verbouwt;
...BREKER, m. (-s), werktuig om het graan te breken, en daardoor beter tot veevoeder geschikt te maken.