Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Graadboog

betekenis & definitie

GRAADBOOG, m. (...bogen), een werktuig tot het meten of construeeren van hoeken, bestaande uit een halven cirkel van hoorn, koper, hout enz., waarop de graadverdeeling van den cirkel is aangebracht;

— (ook) de in graden afgedeelde boog van een quadrant, sextant of octant;
— (eert.) een houten werktuig, waarmede men op zee de hoogte van hemellichamen mat, ten einde eene breedtebepaling te doen (ook St.-Jacobsstaf genoemd): dat is eene ladder met rare sporten, zei de boer, en hij zag een graadboog.