Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Goudwerk

betekenis & definitie

o. (-en), een uit goud vervaardigd voorwerp, (ook collectief) gouden werken;

...WERKER, m. (-s), die in goud werkt, gouden werken vervaardigt;
...WESP, v. (-en), (nat. hist.) eene wesp met gouden glans (chrysididen)
...WINKEL, m. Zuidn.) goudsmidswinkel;
...WOLF, m. (...wolven), jakhals;
...WORM, m. (-en), (nat. hist.) zeker insect ,prachtkever;
...WORTEL, m. (plantk.) witte affodille (asphodelus tenuifolius); (ook) schelkruid, stinkende gouwe (chelidonium majus), een plant waarvan de wortels en stengels een goudgeel sap bevatten;
...ZAK, m. (-ken), zak om goud of goudgeld in te bewaren;
...ZAND, o. met goudstof of goudkorrels vermengd rivierzand;
— (ook) goudkleurig zand om over versch geschreven schrift te strooien;
...ZOEKER, m. (-s), alchimist; goudgraver;
— fortuinzoeker, avonturier;
...ZOUT, o. (in de apotheek) sal auri Figuieri;
...ZUCHT, v. dorst naar goud;
...ZUUR, o. (scheik.) in water opgelost goudhydroxyde (een geelrood poeder uit goudoxyde en verdund salpeterzuur verkregen);
...ZWAVEL, v. zeker antimonium, roode zwavel.