Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Got(h)isch

betekenis & definitie

bn. aan de Got(h)en eigen, van de Got(h)en: de Got(h)ische taal; — de Gothische bouwstijl, zekere bouworde, die ten onrechte aan de Got(h)en werd toegesclireven, de ogivaal- of spitsbogenstijl, in de 12de eeuw in N.-Frankrijk ontstaan: eene kerk in Gothischen stijl; eene Gothische kerkkroon, Gothisch smeedwerk, in spitsbogenstijl; — Gothische letters, benaming voor het hoekige, opgesierde monnikenschrift, dat in de latere middeleeuwen in gebruik kwam en ook in de oudere gedrukte boeken werd gebezigd, Duitsche letter, bijbelletter Gothisch schrift; een bijbel met Gothische letter.