Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Gording

betekenis & definitie

v. (zeew.) het gorden, opkorten van een zeil;

—, (-en, -s), (bouwk.) een dwarshout dat dient tot koppeling van twee gebinten, van eene rij palen enz., (ook) een gebogen stuk hout of ijzeren ring, waarmede een samenstel van deelen in verband gehouden wordt (als de berghouten van een schip, de ring die de armen en schoepen van een scheprad in den juisten stand houdt enz.);
— (houth.) rib, spier, geschikt om voor gording te dienen;
— (zeew.) een loopend touw, waarmede men zeker gedeelte van ra- of gaffelzeilen tegen hunne rondhouten ophaalt, om den windvang te verminderen;
— (ook wel) een hijschtouw, dat niet dient om te gorden.