Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Gorden

betekenis & definitie

(gordde, heeft gegord), met een gordel vastmaken: het golvende kleed, met een zilveren lint om haar lendenen gegord; gordt uw zwaard aan de heup;

— een gordel omdoen; gordt uwe lendenen en neemt mijnen staf in uwe harid (2 Kon. 4 29);
— (bijb.) iemand gorden, hem kracht geven, sterken: ik zal u gorden;
— zich ten strijde gorden, zich tot den strijd toerusten;
— (zeew.) een schip gorden (als de inhouten dreigen los te gaan), het steunen door er kabels onder te brengen;
— (zeew.) een zeil gorden, een deel ervan door middel van de gordings ophalen, en zoodoende inkorten.