Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Gom-elastiek, ook gomlastiek

betekenis & definitie

o. zekere veerkrachtige stof, het verdikte of gestolde melksap van den gomboom, gummi, rubber, caoutchouc; eene pop van gomelastiek;

— ruw of geprepareerd gummi om schrift met potlood of ook met inkt uit te wisschen, vlakgom: veeg het maar uit met gomelastiek;
—, (-en), een stukje caoutchouc voor dat doel: mag ik je gomlastiekje leenen? zie ELASTIEK.