Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Goedgeloovig

betekenis & definitie

bn. (-er, -st), goed van vertrouwen, lichtgeloovig; hij wist door zijne mooie praatjes van verscheidene goedgeloovigen geld te krijgen;

— rechtzinnig in de leer, orthodox.