Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Godspenning

betekenis & definitie

GODSPENNING, ook GOODSPENNING, GOOSPENNING, m. (-en), handgeld dat de kooper of huurder ontvangt tot bevestiging van het koop- of huurcontract;

— (ook) handgeld dat een dienstbode, die zich verhuurd heeft, ontvangt (veelal 5 pCt. van de huur, vroeger altijd 3 gulden, in België doorgaans 5 fr.) den goospenning geven, een mondeling huurcontract met een dienstbode sluiten.