Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Godsmogelijk

betekenis & definitie

GODSMOGELIJK, bn. (in uitroepen) versterking van mogelijk hoe is het nu toch godsmogelijk l GODSNAAM (IN), bw. uitdr. in den naam van God, onder aanroeping van Gods hulp (bij het overboord zetten van een lijk op zee) één, twee, drie, in Godsnaam !;

— gewoonlijk als uitroep, wanneer men na lang beraad met moeite en weerzin tot iets overgaat: nu, in Godsnaam ik zal het dan maar doen;
— (ook) als uitroep van aandrang, als men ongeduldig of wanhopig is wordt toch in Godsnaam wakker;
— (ook) als uiting van verbazing: hoe is het in Godsnaam mogelijk !