Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Godsdienstig

betekenis & definitie

GODSDIENSTIG, bn. bw. (-er, -st), God (of een god) dienende, godvruchtig, vroom: hij bezit eene godsdienstige moeder;

— wat den godsdienst betreft; op den godsdienst betrekking hebbende een godsdienstige tegenstander (in tegenst. met staatkundige, het godsdienstig leven onzer vaderen; godsdienstige plichten, handelingen, ritueel;
— een godsdienstige samenkomst, aan den godsdienst gewijd;
— vroom, heilig: godsdienstige overdenkingen;
— godsdienstige lectuur, stichtelijke lectuur;
— bw. op godsdienstige, vrome wijze: deugdzaam en godsdienstig leven. GODSDIENSTIGHEID, v.