Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Glunder

betekenis & definitie

GLUNDER, bn. bw. (-der, -st), glanzig, helder, frisch, opgewekt: eene glundere boerendeern, eene frissche, heldere meid, blakend van gezondheid of genoegen;

— wat ziet hij er glunder uit, opgewekt, met een glans van genoegen of voldoening op het gelaat;
— bw. op eene wijze die blijk geeft van vergenoegdheid, voldoening zij lachte zoo glunder; glunder kijken. GLUNDERHEID, v.