Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Gloop

betekenis & definitie

GLOOP, v. (glopen), (bouwk.) zeker ornament tot vulling van venstertraceeringen: een nauw toeloopende holte in den vorm van een cirkelsegment, een peer, een hart of een puntboog, waarvan er doorgaans drie of meer naast elkaar worden aangebracht.