Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Glaslichaam

betekenis & definitie

GLASLICHAAM, o. (ontl.) het glasachtig lichaam in het oog;

...LINNEN, o. linnen met opgekleefd glasgruis, soort van schuurlinnen;
...LIJM, o. lijm om stukken glas te verbinden;
...MAKER, m. (-s), (glasbl.) werkman die de flesschen blaast;
...MAND, v. (-en);
...MASSA, v. de stof die door smelting uit het glasmengsel ontstaat;
...MENGSEL, o. (-s), mengsel der voor de bereiding van glas benoodigde grondstoffen;
...MOLEN, m. <-s), molen om glas tot poeder te malen;
...MOZAÏEK, o. mozaïek van kleine stukjes gekleurd glas (voor gevelversiering);
...NAGEL, m. (-s), (bouwk.) soort van spijkers, ruwe rondhoofden;
...OOG, o. (-en), glazen oog; (van een paard) een oog waarvan de oogbol blauwachtig of wit is;
...OVEN, m. (-s), smeltoven voor de glasmassa.