Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Glanzer

betekenis & definitie

GLANZER, m. (-s). een werkman die stoffen glanzig maakt (ook) een werktuig (o. a. van den leertouwer) waarmede men glanst. GLANZERIJ, v. (-en), het glanzen; werkplaats waar, of de machine waarmede men glanst.