Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Gisten

betekenis & definitie

GISTEN, (gistte, heeft gegist) (gew. ook GESTEN) schuimen, opbruisen (van bier, wijn en andere stoffen, waarbij gisting (fermentatie) plaats heeft);

— (fig.) bruisen, ontsteld zijn van hartstocht: zijn bloed begon te gisten; de gemoederen waren aan 't gisten, de bevolking was onrustig, werd oproerig.