Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

Gezegde

betekenis & definitie

GEZEGDE, o. (-n), wat iemand zegt; eene uitgesproken gedachte: een onbeduidend gezegde; wat zijn dat voor malle gezegden ?; ik ben niet gewoon, dat iem. aan de waarheid mijner gezegden twijfelt;

— eene gebruikelijke zegswijze, een spreekwoord door het aanhalen van een kort gezegde kan men vaak eene lange redeneering uitwinnen;
— (spraakk.) het praedicaat, dat wat van het onderwerp gezegd wordt.