Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

Gewaarwording

betekenis & definitie

GEWAARWORDING, v. het gewaarworden van indrukken van buiten of van inwendige aandoeningen ik zeg het bij eigen gewaarwording;

— ,(-en), wat men gewaarwordt; zinnelijke gewaarwordingen; eene onaangename gewaarwording; eene gewaarwording van weerzin en spijt; zij werd door haar gewaarwordingen overmeesterd.