Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

Gevoel

betekenis & definitie

GEVOEL, o. het vermogen om te gevoelen (lichamelijk en innerlijk): het gevoel is een der vijf zinnen; ik kan het op het gevoel af wel vinden, op den tast, zonder er bij te zien;

— dat wat men gevoelt, de gewaarwording van het gevoelen het gevoel van lief en leed; een gevoel van verlichting; een onbeschrijfelijk gevoel van angst;
— een wee gevoel, eene gewaarwording van onpasselijkheid;
— ik heb geen gevoel meer in mijn vinger, mijn vinger is ongevoelig, al knijp of snijd ik erin, het doet geen pijn;
— besef, bewustheid het innerlijk gevoel zegt hun, hoe verre de natuur gaat boven de leer; leugen en veinzerij nam hij te baat, somtijds uit gevoel van zwakheid;
— doorgaande stemming van het gemoed, gezindheid ik heb voor haar geen ander gevoel dan achting;
— het vermogen van den mensch om zedelijkheid en schoonheid gewaar te worden en te waardeeren het zedelijk, het godsdienstig gevoel; gevoel voor het schoone, voor het verhevene;
— het gevoel van eer, het helder besef van hetgeen de eer eischt;
— het gevoel van eigenwaarde, de fierheid die den mensch vervult bij het besef van zijn rang als zedelijk wezen;
— (ook) ’t bewustzijn van eigen waarde, die vergeeflijk wordt geacht: wees toch niet tevreden met zoo'n gering salaris, toon een gepast gevoel van eigenwaarde;
— muzikaal gevoel hebben, het vermogen bezitten om de schoonheid in de muziek te beseffen;
— voor mijn gevoel is die handelwijze ongepast, ik kan er geen bepaalde redenen voor bijbrengen, maar mijn gevoel zegt het mij;
— hij heeft geen gevoel, hij is zonder gevoel, hij is niet vatbaar voor menschelijke aandoeningen, hij is hardvochtig;
— de gemoedsbewegingen, waardoor bij den kunstenaar natuurlijkerwijze de scheppingskracht wordt gaande gemaakt: in dat kunstwerk is al zijn gevoel neergelegd;
— alle gemoedsbewegingen, die niet het onmiddellijk gevolg zijn van zinnelijke gewaarwordingen het gevoel van een warm hart bedwelmt wel eens den geest; hij tracht te werken op het gevoel; bij haar spreekt het gevoel sterker dan het verstand; hij heeft die verzen met gevoel voorgedragen; waar, rein gevoel; een fijn, een warm gevoel;
— natuurlijk gevoel, niet gemaakt, maar volkomen oprecht en menschelijk;
— sentimenteel gevoel, ziekelijk, al te zeer verfijnd;
— tranen van gevoel, door aandoening opgewekte tranen.