Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

Gevat

betekenis & definitie

GEVAT, bn bw. (-ter, -st of meest -), (w. g.) op iets gevat zijn, er op gewapend, voorbereid zijn een man wiens doorzicht hem nimmer verlegen laat en die gevat is op alle voorkomende zaken; (ook) verstand van iets hebben, er van weten ik ben op die zaak niet zeer gevat;

— (gewoonlijk) vlug van bevatting, geestig, terstond gereed met een gepast en treffend antwoord wat is dat meisje gevat; een gevat antwoord, een snedig, verrassend, treffend antwoord;
— nw. op eene snedige wijze het kind antwoordde zeer gevat op die ongepaste vraag. GEVATHEID, v. snelheid van begrip en van een gepast treffend antwoord.