Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

Gering

betekenis & definitie

GERING, bn. (-er, -st), onaanzienlijk van rang of stand geringe burgers, geringe lieden;

onbeduidend, niet gewichtig: een gering verschil; dat is van geringe beteekenis; een geringen dunk van iets hebben, er weinig verwachting van hebben; klein: ik ben u geen geringen dank verschuldigd; een gering aantal; hij bleef op een geringen afstand staan; dit is slechts in geringe mate op hem toepasselijk, voor een klein deel: in het geringste niet, volstrekt niet.