Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

Gereedschap

betekenis & definitie

GEREEDSCHAP, o. (-pen), de gezamenlijke werktuigen van een handwerksman (spr.) goed gereedschap maakt een goed werkman; (ook in het mv.) de timmerman heeft zijne gereedschappen laten liggen;

al hetgeen men noodig heeft om eenige bezigheid te verrichten: keuken-, schrijfteekengereedschap; tafelgereedschap, lepel, vork en mes;
— (Zuidn.) gereedschap tot iets maken, toebereidselen of aanstalten maken.