Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

Geraamte

betekenis & definitie

GERAAMTE, o. (-n), het samenstel van die vaste deelen van een voorwerp waaraan het zijn vorm ontleent: het geraamte van een huis, van een schip, van een werktuig;

— het plan, de hoofdtrekken van een werk, het schema: het geraamte van een roman;
— de gezamenlijke beenderen van het lichaam (van mensch of dier), voor zoover zij, van vleesch en andere deelen ontdaan, een samenhangend geheel vormen;
— (fig.) een zeer mager mensch het is een wandelend geraamte;
— het geraamte van een blad, alle nerven en nerfjes ontdaan van het bladmoes.