Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

Gelijkvormig

betekenis & definitie

GELIJKVORMIG, bn. gelijk van vorm of uiterlijke gedaante;

— (aardk.) gelijkvormige ligging, (van steensoorten in de aardkorst) eene ligging waarbij de lagen der eene soort in strekking en helling met die eener andere soort overeenkomen;
— (meetk.) (van vlakken of lichamen) in vorm met elkaar overeenkomende, gelijk b. v. driehoeken wier gelijkstandige zijden evenredig zijn;
— gelijk en gelijkvormig, congruent, van inhoud en vorm gelijk, zoodat men ze zóó kan plaatsen dat zij elkander volkomen bedekken;
— (van personen) op iem., of iets gelijkende, er innerlijk mede overeenkomende zich iem. gelijkvormig wenschen (inz. in bijbelstijl);
— (van zaken) er overal gelijk uitziende (in dezen zin met de trappen van vergelijking -er, -st): men moet de ruwe klei van onreinheden ontdoen en haar dooreenmengen en gelijkvormiger maken. GELIJKVORMIGHEID, v. GELIJKVORMIGHEIDSPUNT, o. (-en).