Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

Gekroond

betekenis & definitie

GEKROOND, bn. eene kroon dragende: een gekroond vorst; zijn gekroond hoofd stak boven alle omstanders uit;

— een gekroond hoofd, een regeerend vorst;
— een gekroonde leeuw in wapens);
— de gekroonde bijbel, in de gekroonde haring, enz. (op uithangteekens);
— (w. g.) y’ is de gekromde naarheid, ’t is naar, ellendig in hoogen graad;
— (van paarden) gekroonde knieën, knieën met kale plekken of wonden; (ook) het paard is gekroond, heeft gekroonde knieën.