Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

Geesteloos

betekenis & definitie

GEESTELOOS, bn. bw. (...loozer, -t), zonder geest of verstand, onnoozel, dom; geestelooze kinderen;

geen verstand of geest uitdrukkende, dof geestelooze trekken;
— (van een arbeid, werk, enz.) zóó eenvoudig en onbeduidend, dat tot het verrichten er van geen verstand vereischt wordt: een geestelooze arbeid;
— zonder geest of vernuft; een geesteloos man; een geesteloos schrijver; een geesteloos werk, geschrift; hoe kunt ge u met zulke geestelooze lectuur bezighouden ?;
— van gemis van geest of vernuft blijk gevende een geestelooze sleur;
—, bw. (van wijze) op eene geestelooze wijze.