Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

Geestdrift

betekenis & definitie

GEESTDRIFT, v. krachtige aandrift van den geest, van het gevoel; d. w. z. meer dan gewone gevoelsverheffing of gemoedsbeweging, blakende ijver voor eene schoone, edele of verheven zaak, tot daden van moed, van toewijding enz. opwekkende, of voortkomende uit hartstochtelijke vereering van een persoon (edeler, kalmer en gematigder dan vervoering, welke niet zelden tot onbezonnenheid leidt); de geestdrift aanblazen, ontvlammen, opwekken, ten top voeren, teweegbrengen; de geestdrift koelen, uitdooven; iem. in geestdrift brengen, (doen) ontsteken, ontvlammen, ontvonken, hem er toe opvoeren; eene blijde, dankbare geestdrift; eene sterke, levendige, warme, heete, gloeiende geestdrift; eene godsdienstige, hemelsche, verhevene, zoete geestdrift; geestdrift voor de kunst; geestdrift voor de wetenschap;

— de geestdrift van het oogenblik, oogenblikkelijke en voorbijgaande gevoelsverhefflng of vervoering;
— vol geestdrift, van geestdrift vervuld;
— in geestdrift, in een toestand van gevoelsverheffing of vervoering;
— van geestdrift. ten gevolge van gevoelsverheffing of vervoering: wijl ’t hart van geestdrift blaakt;
— met geestdrift, met gevoelsverheffing of vervoering hij omhelsde hem met geestdrift;
— de vlam, gloed of glans der geestdrift, in dichterlijken stijl, ter aanduiding van de uitdrukking eener gloeiende geestdrift in iemands gelaat of voorkomen die blik, van geestdrifts vlam doorgloord.