Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

Gedragen

betekenis & definitie

GEDRAGEN, (gedroeg (zich), heeft (zich) gedragen), in zijne wijze van doen, in zijn handel en wandel zijn, zooals in de bepaling wordt aangegeven zich goed, wel gedragen; zich slecht gedragen; zich uitnemend, voorbeeldig, onberispelijk gedragen; zich in eene zaak wijs, voorzichtig, moedig, dapper, edel gedragen; er zich dwaas, onvoorzichtig, lafhartig, laag in gedragen; het kind gedroeg zich ordelijk op school; hij gedroeg zich in die zaak niet als een braaf man betaamde;

— zich naar (volgens) zekeren raad, zeker bevel, besluit enz. gedragen, dienovereenkomstig zijne handelingen inrichten of te werk gaan gij gedraagt u omtrent uwe moeder onvergeeflijk; gisteren hebt gij u jegens mij niet goed gedragen;
— (w. g.) zich op deze of gene manier aanstellen of houden ik zal letten hoe zij zich gedraagt, of zij verlegen, of zij beschaamd, of zij bedroefd wordt;
— (w. g.) zich aan het oordeel of de uitspraak van iem. gedragen, zich er naar richten, zich er op beroepen;
— (w. g.) ons gedragende aan onze missive van den zooveelsten, verwijzende naar.