Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

Gedicht

betekenis & definitie

GEDICHT, o.

—, (-en), een in dicht- of versmaat, of wel, in dichterlijken stijl opgesteld stuk, dichtstuk, vers: de gedichten van Vondel; een gedicht maken, vervaardigen, voordragen, aan iem. opdragen;
— (spott.) het telkens of aanhoudend dichten die prulpoëet kon zijn tijd wel beter besteden dan met dat gerijmel en gedicht.