Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

Gedenken

betekenis & definitie

GEDENKEN, (gedacht, heeft gedacht) zich herinneren, niet vergeten: gedenk den Sabbatdag, dat gij dien heiligt; (bijb.) (van zonden, zondige dagen, misdaden enz.): er aan gedenken of ze gedenken, ze niet vergeten en vergeven, ze niet ongestraft laten: gedenk niet der zonden mijner jonkheid, noch mijner overtredingen, o Heere;

— iemand (aan iem., zijner) in zijne gebeden gedenken, niet alleen voor zich, maar ook voor hem bidden, in zijne gebeden hem indachtig zijn;
— (dicht.) iets gedenkt mij, het heugt mij, ik herinner het mij;
— (van personen, inz. geliefde betrekkingen vrienden, afgestorvenen) hen gedenken of aan hen gedenken, aan hen terugdenken, ze zich herinneren; (ook) ze voortdurend in gedachtenis houden, ze niet vergeten; aanzien (Zuidn. zien) doet gedenken;
— iem. gedenken, niet vergeten melding van hem te maken, mondeling of schriftelijk; (ook) hem hulp, bijstand verleenen;
— iem. in zijn testament gedenken, hem er in bedenken, hem bij zijn uitersten wil iets (eene gedachtenis) vermaken;
— (van zaken, die tot het verledene behooren) er aan terugdenken, ze zich herinneren; (van belangrijke of treffende gebeurtenissen) blijk geven, dat men ze in herinnering houdt, door betoon van vreugde of rouw de gedachtenis er van levendig houden op den 2den October gedenkt men Leidens ontzet;
— iets wel bedenken, nooit vergeten gedenk, dat ik eens voor u eene moeder was;
— (ongewoon) denken, van plan, voornemens zijn wii gedenken u de volgende week te komen bezoeken;
— (ongewoon) iets meenen, waarschijnlijk achten ik gedenk nog aan die erfenis te komen;
— mij gedenkt of het gedenkt mij, (Zuidn.) ik gedenk daaraan, het heugt mij nu gedenkt het mij, dat hij gezegd heeft, dat gij ook onder de soldaten zijt;
— (Zuidn.) zoo iets zal hem gedenken, hij zal het niet vergeten; vgl. het zal hem berouwen;
— (Zuidn.) gedenk u, herinner u.