Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

Gebruikelijk

betekenis & definitie

GEBRUIKELIJK, bn. (-er, -st), tot het gebruik behoorende; in gebruik zijnde; door het gebruik gevorderd, gewoon: hij legde den gebruikelijker, eed af; de gebruikelijke plichtplegingen; op de gebruikelijke wijze, op de gewone wijze;

zooals gebruikelijk is, zooals de gewoonte het medebrengt;
— in gebruik zijnde, gebruikt wordende het onderzoeken der thans meest gebruikelijke schoolboekjes; allerlei physische instrumenten en toestellen, tot chemische proefnemingen gebruikelijk;
— (rekenk.) een gebruikelijke breuk, eene breuk wier teller kleiner is dan de noemer, eene echte breuk.