Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

Gebroken

betekenis & definitie

GEBROKEN, bn. de kan is gebroken, stuk, kapot;

enkel, dubbel gebroken zijn, een of twee breuken hebben:
— (rekenk.) een gebroken getal, eene breuk of een gemengd getal;
— gebroken land, v aarin vele plassen en moerassen zijn, (ook) omgeploegd;
— (Z. A.) een gebroken veld, deels uit grasland, deels uit kreupelhout bestaande;
— gebroken weide, tot bouwland omgeploegd;
— (artill.) gebroken batterij, batterij, welker borstwering niet doorloopt, maar uit twee of meer deelen bestaat, die met elkander slechts door een bedekten gang in gemeenschap staan:
— een gebroken avond, door iets gestoord, zoodat men niet met volle kracht werken kan;
— eene gebroken lijn, bestaat uit de vereeniging van eenige rechte lijnen in hetzelfde platte vlak, die niet in elkanders verlengde vallen;
— (muz.) gebroken accoorden, welks tonen niet tegelijk, maar na elkander aangeslagen worden;
— (zeew.) een gebroken schip, schip met een katterug;
— (wapenk.) gebroken wapens, wapens met een breuk, (brisure), d. i. eene der veranderingen, die jongere zonen en bastaarden in het vaderlijke wapen aanbrengen, om zich te onderscheiden van den oudsten tak, die het volle wapen voert;
— een gebroken paard, met een gespleten kruis: een holte of sleuf in de verlenging van de ruggegraat en den staart;
—met gebroken woorden, stem, op gebrekkige of stamelende wijze en met tusschenpoozen voortgebracht, als een gevolg van gemoedsaandoeningen of lichamelijke uitputting of krachteloosheid;
— gebrekkig, zonder de noodige vaardigheid: hij sprak haar in gebroken Fransch aan;
— (Zuidn.) een gebroken vloek, een bastaardvloek
— (artill.) gebroken buskruit, buskruit dat uit gebroken, stukgevallen of gestooten en daarna ontledigde projectielen of uit gebroken kardoezen is voortgekomen;
— (wapenk.) een gebroken lans, waarvan de schacht met splinters is afgebeeld;
— hij voelde zich gebroken, van kracht beroofd, zonder energie;
— een gebroken man, zonder energie, als gevolg van grooten tegenspoed;
— sterven aan een gebroken hart, door onbeantwoorde liefde;
— gebroken van smart, geheel overweldigd
— een gebroken leven, waarin men door veel of velerlei tegenspoed zich alle kracht voelt ontzinken, waarin geene energie meer is;
— (Zuidn.) de machine ligt gebroken, er is een defect aan, zoodat zij niet werken kan; (bij uitbr.) de werklieden liggen gebroken, kunnen niet werken door een gebrek aan de machine(s).