Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

Frankrijk

betekenis & definitie

FRANKRIJK, o. het land waarin de Franschen wonen;

hij leeft als God in Frankrijk, doet wat hij wil;
— (gemeenz.) wie kent mijn gat in Frankrijk? waarvoor zou ik mij geneeren? niemand kent mij hier.