Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

Flikker

betekenis & definitie

FLIKKER, m. (-s), lapper, iem. die iets herstelt, repareert;

— (gemeenz.) gemeene vent die niet te vertrouwen is;
— iem. op zijn flikker geven, komen, op zijn lichaam komen, hem afranselen;
— (dansk.) kunstmatige sprong waarbij men de kuiten tegen elkander slaat: een flikker slaan, een dansje doen;
— (Z. A.) zijne flikkers slaan, zich bij de dames bevallig voordoen, aangenaam weten te maken, ten einde in de gunst te komen;
— hij weet er geen flikker van, totaal niets.