Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

Erkennen

betekenis & definitie

ERKENNEN, (erkende, heeft erkend), kennen, onderscheiden er is geen spoor van studie in dat stuk te erkennen;

toestemmen dat iets terecht een zekeren naam draagt: iem. als koning erkennen; een document als echt erkennen;
— de waarheid van iets toegeven ik erken, dat ik gedwaald heb;
— openlijk voor iets uitkomen: zijn ongelijk, zijn misslag erkennen;
— een natuurlijk kind erkennen, voor het zijne verklaren, waardoor het verschillende kinderrechten verkrijgt;
— belijden: den waren God erkennen; zich dankbaar toonen voor genoten weldaden erkennen. ERKENNING, v. (-en).