Eindigen betekenis & definitie

EINDIGEN, (eindigde, heeft geëindigd), een einde hebben: de spoorweglijn eindigt aan den Hoek van Holland; — zijne grens hebben: hier eindigt Leiden en begint Zoeterwoude; — de reeks eindigt, vindt een einde; — (van den tijd) het jaar eindigt den 31 Dec.; — hiermee eindigt het boek, dit is het slot; — uitgaan op dit woord eindigt op een klinker; — de onderhandelingen_ eindigden, werden niet voortgezet; — de school eindigt om twaalf uren. gaat uit; — een einde aan iets maken, ten einde brengen, (vgl. beëindigen): zijn werk eindigen; ook zijn levensloop eindigen; — hij eindigde zijn brief met eene verwensching, het laatste van zijn brief was; de spreker eindigt (zijne rede) met de verzekering...; — ik eindig (mijn brief, opstel); — om te eindigen, ten slotte, tot besluit. EINDIGING, v.