Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

2018-09-02

Eindigen

betekenis & definitie

EINDIGEN, (eindigde, heeft geëindigd), een einde hebben: de spoorweglijn eindigt aan den Hoek van Holland;

— zijne grens hebben: hier eindigt Leiden en begint Zoeterwoude;
— de reeks eindigt, vindt een einde;
— (van den tijd) het jaar eindigt den 31 Dec.;
— hiermee eindigt het boek, dit is het slot;
— uitgaan op dit woord eindigt op een klinker;
— de onderhandelingen_ eindigden, werden niet voortgezet;
— de school eindigt om twaalf uren. gaat uit;
— een einde aan iets maken, ten einde brengen, (vgl. beëindigen): zijn werk eindigen; ook zijn levensloop eindigen;
— hij eindigde zijn brief met eene verwensching, het laatste van zijn brief was; de spreker eindigt (zijne rede) met de verzekering...;
— ik eindig (mijn brief, opstel);
— om te eindigen, ten slotte, tot besluit.
EINDIGING, v.