Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

Eervol

betekenis & definitie

EERVOL, bn. bw. (-Ier, -st), eene eervolle betrekking, waarin men zich eer verwerven kan;

— een eervolle aftocht, waarbij de eer niet te kort wordt gedaan;
— dat was niet eervol voor hem, overeenkomstig zijn eer, (ook) daarmee legde hij geene eer in;
— overeenkomstig de begrippen van eer levende zich eervol gedragen, onderscheiden, flink, met onderscheiding;
— eene eervolle loopbaan achter zich hebben, waarin men zich onderscheiden heeft;
— eene eervolle vermelding, inz. militaire belooning, als iemand zich bijzonder onderscheiden heeft, zonder nog eene ridderorde te verkrijgen, (ook bij wedstrijden) eene kleine onderscheiding;
— een eervol ontslag, gewone term bij verleen ing van ontslag, als er niets op het gedrag als ambtenaar aan te merken viel.