Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

Dunk

betekenis & definitie

DUNK, m. datgene wat men aangaande eene zaak denkt, meening;

ik heb er geen grooten dunk van, ik stel er mij niet veel van voor, ik heb er geen hooge gedachten van; een goeden dunk, een slechten dunk van iets hebben. Vgl. eigendunk.