Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

Dubben

betekenis & definitie

DUBBEN, (dubde, heeft gedubd), (veroud.) twijfelen, aarzelen; (gew.) mijmeren, peinzen, en dan gewoonlijk DUPPEN uitgesproken. DUBBING, v. (-en).