Droevig betekenis & definitie

DROEVIG, bn. bw. (-er, -st), droef (dat meer dichterlijk is), zie aldaar; — beklagenswaardig, gering: de poging heeft een droevig resultaat opgeleverd; wat een droevig klein getal leden heeft zich aangemeld; — hij heeft het er droevig afgebracht, zeer slecht. DROEVIGHEID, v.