Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

Dommekracht

betekenis & definitie

DOMMEKRACHT, v. (-en), werktuig bestaande uit eene zware houten kast met ijzeren beslag en waarin eene getande ijzeren stang door raderwerk omhoog of omlaag wordt gebracht; deze staaf grijpt met een klauw in of onder het op te lichten voorwerp; ook wind of aardwind genoemd;

— sterk gestel van palen en buffers aan het einde van eene spoorbaan om den wagens het verder voortgaan te beletten;
— (fig.) dom, plomp mensch;
— persoon met machtigen invloed, maar zelf door anderen bestuurd en geleid.