Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

2018-09-02

Dokteren

betekenis & definitie

DOKTEREN, (dokterde, heeft gedokterd), de geneeskunst uitoefenen; (ook) vaak van een geneesheer gebruik maken hij doktert nu al een paar jaar; zich arm, zich dood dokteren,