Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

Directie

betekenis & definitie

DIRECTIE, v. (-s, ...tiën), bestuur, toezicht, opperleiding: dat is onder zijne directie gebeurd, onder zijne leiding, toen hij directeur was;

— die personen welke met de leiding, het bestuur zijn belast;
— ambtsgebied van een directeur;
— richting; (pijpenfabr.) kneep in den koperen vorm, die het beloop van den kop bepaalt;
—KEET, v. (-keten), gebouwtje waarin de aannemer of opzichter van een uit te voeren werk huist;
—TENT, v. (-en), tent voor de regelingscommissie of jury bij wedstrijden;
—VERGADERING, v. (-en);
—VLAK, o. (-ken), verticaal vlak gaande door den mond van een vuurwapen en het te treffen voorwerp.