Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

Directeur

betekenis & definitie

DIRECTEUR, m. (-en, -s), iem. die eene inrichting bestuurt, eene vereeniging leidt: directeur eener kweekschool, gasfabriek, zangvereeniging; directeur van het Kabinet der Koningin; directeur van Binnenlandsch bestuur, enz. (in Indië); directeur(s)-generaal (der Posterijen, bij de Staatsspoorwegen enz.).

DIRECTEURSKAMER, v. (-s);
...WONING, v. (-en).