Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Dier

betekenis & definitie

Het begrip dier heeft 2 verschillende betekenissen:

1. dier - DIER, o. (-en) levend wezen, niet tot de planten behoorend, inz. begaafd met bewuste gewaarwording en willekeurige beweging (alleen in wetenschappelijken zin met insluiting van den mensch); de bouwkunst der dieren; de dieren des velds; redelooze dieren; de mensch staat boven het dier; plaag het arme dier niet (vgl beest); doe het stomme dier geen kwaad;
— vrouw, meisje (steeds met eene minder gunstige bepaling): ’t is een leelijk, een onbeschoft dier;
— (gemeenz.) een lekker dier, een appetijtelijke meid of vrouw.

2. dier - DIER, bn. (-der, -st), (in Noordn. alleen dichterlijk) duur, dierbaar: de dierste belangen; dier Holland !