December betekenis & definitie

DECEMBER, m. (-s), de twaalfde maand van ’t jaar, Wintermaand; —AVOND, m. (-en); —DAG, m. (-en); —KOUDE, v.; —MORGEN, m. (-s); —LUCHT, v.; —NACHT, m. (-en); —VORST, v.; —WEER, o. ruw, onaangenaam weer.