Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

2018-09-02

December

betekenis & definitie

DECEMBER, m. (-s), de twaalfde maand van ’t jaar, Wintermaand;

—AVOND, m. (-en);
—DAG, m. (-en);
—KOUDE, v.;
—MORGEN, m. (-s);
—LUCHT, v.;
—NACHT, m. (-en);
—VORST, v.;
—WEER, o. ruw, onaangenaam weer.